Het lied van de Hazelaar
Toen de ijstijd was geweken
schoot ik al snel wortel hier
Op het land en langs de kreken
als een ware pionier
Met berk en mos bodemverrijkend
maakten wij de grond geschikt
Later volgden beuken, eiken,
dennen, wilgen en lariks
Mijt en kever willen wonen
ik geef ze mijn vakkenkroon
Vlinders van de nachten tronen
veilig in mijn bladerschoon
Ook de spinnen, piepende muizen
schuilen tussen tak en blad
Paddenstoelen en zelfs luizen
vinden hier hun habitat
Overal spreid ik mijn takken,
heet de mensen wellekom
Wijsheid en veel inspiratie,
vind ze in mijn heiligdom
Met mijn tover schenk ik inzicht
waar in Moeder Aardes’ schoot
van het water toch de bron ligt
Wijsheid schenkt mijn hazelnoot
Eekhoorn eet mijn hazelnoten
gaai en specht die doen ook mee
Bijen snoepen nectar olijk
rupsen eten blad tevree
Reeën knabb’len aan mijn twijgen
soms ook aan de jonge bast
Schimmels willen ook wat krijgen
zij zijn lagerop te gast
In de baan van wind en regen
staat een fiere hazelaar
Die beschut ons allen tegen
vocht, wind, kou, het hele jaar
Onder al haar kronkeltakken
vinden groot en klein toevlucht
Dieren die naar adem snakken
slaken daar een diepe zucht



Wat een prachtige ode aan de hazelaar, ik voel echt de zorg en aandacht die je in elk detail legt. Het is alsof ik mee kan ademen met de wind door haar takken, en de stille harmonie van alles wat er leeft: van de kleinste mijt tot de reegeit die aan de twijgen knabbelt. Je woorden laten me de kwetsbare balans van de natuur bijna letterlijk voelen — de bescherming, de wijsheid en de rust die van haar uitgaat. Het is fijn hoe je de subtiele relaties tussen de dieren, planten en schimmels laat zien, alsof elk leven meetelt en gehoord wordt. Voor mij straalt je gedicht iets troostends en helends uit, iets dat uitnodigt om even stil te worden en echt te luisteren.